Dopen en opvoeden

Categorieën: 

Over ongeveer een week is het zover: De doopdienst van onze Sietze. Ik hoor je denken: Nou, dat klinkt alsof je op vakantie gaat, een feestje gaat vieren, of er op z’n minst erg naar uitkijkt. Nee, die eerste twee niet, maar dat laatste zeker wel.

Bij het woord ‘doop’ denken natuurlijk heel veel mensen aan een mooie ceremonie in een prachtige kerk, met een goede sfeer en mooie liederen. En bij christenen komt misschien de gedachte op van het onderscheid tussen kinderdoop en volwassendoop. Er werd vorig jaar zelfs een symposium aan geweid waar voor- en tegenstanders van beiden ruimschoots het woord kregen. Ik heb het niet gevolgd, hoewel ik bij het vluchtig lezen van een beschrijvend artikel de argumenten voor de volwassendoop eigenlijk sterker vond. En in alle eerlijkheid geef ik zelfs toe dat ik bij het oppervlakkig lezen van het klassieke doopsformulier de gedachte moet onderdrukken van: Wat klinkt dit allemaal zwaarmoedig.

De doop is voor veel mensen niet iets waarmee ze elke dag bezig zijn. Maar ben je opgegroeid in de traditie van de kinderdoop, en ontvang je zelf een kindje, dan is het toch op z’n minst goed om je voor te bereiden op 1 van de meest bijzondere gebeurtenissen in zowel het leven van jou als dat van je kind(eren). Nee, ik heb me niet uitgebreid verdiept in de volwassendoop, misschien omdat ik zonder aarzelen durf te zeggen dat ik daar, wanneer mensen nooit als kind gedoopt zijn, helemaal achter sta. Dikke boeken over de kinderdoop heb ik evenmin gelezen. Maar al mediterend en toch wat artikelen lezend viel het voor mij wel weer helemaal op z’n plek. Kwam ik onder de indruk van het wonder van de kinderdoop. Graag wil ik wat gedachten met u delen:

*Mijn kinderen zijn niet van mij, ik heb ze te leen:
Krijg je bij het lezen van deze zin direct kromme tenen? Lees dan vooral verder. Je zegt: Ik heb mijn kind(eren) toch zelf op de wereld gezet? Ja, als mens is dat natuurlijk zo. Maar waarom staat er dan in psalm 139: ‘13 Want U hebt mijn nieren geschapen, mij in de schoot van mijn moeder geweven.’
Onze kinderen ontvangen we helemaal en alleen uit de hand van God. En wat wil je als ouders nu liever dan dat je kindje ingesloten wordt in Gods Vaderarmen, schuilend achter en gekocht door het bloed van Jezus Christus? Dan kun je toch niets anders dan zeggen: Heere God, ik heb mijn kind(eren) van U gekregen. Ik weet hoe ik zelf in elkaar steek, en dat het met mijn kinderen net zo is. Maar ik wil ze graag elke dag aan U opdragen, in Uw handen leggen, aan U teruggeven. Niet door hen wetjes en regeltjes (al dan niet zelf verzonnen) voor te houden, maar door hen in afhankelijkheid van U, iets te laten zien van wie U ten diepste bent en hoe goed het is om bij U te horen! Mattheüs 13 zegt: ’33B Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan zuurdeeg, dat een vrouw nam en in drie maten meel deed, totdat het helemaal doorzuurd was.’ Een heel klein beetje van het juiste (lees: Door God gegeven) zuurdeeg is al genoeg om alles te doorzuren!
*God begint:
Ik mag mijn kindje dan ten doop willen houden, God heeft het in mijn gezin, in deze familie, in een kerkelijke gemeente geplaatst. Hij kiest dus eerst, en zegt volgende week tegen Sietze: ‘Ik wil jou er op grond van Mijn trouw en verbond bij hebben, Ik wil niets liever dan je liefdevolle Vader zijn, je wassen door Mijn bloed en in je wonen met Mijn Geest. Door de doop laat ik de hele gemeente zien dat Mijn werk doorgaat en mijn huis vol moet worden!’
Je zegt misschien: ‘Maar het is toch prachtig als jonge- of volwassen mensen zich bewust laten dopen?’ Zeker, dat vind ik ook. Maar vanuit de gedachte van het Verbond wil God iedereen erbij hebben, ook de kleine kinderen! Hij heeft meer dan het beste met ze voor! Wat een ontspanning! Hij zegt tegen de ouders: ‘Op grond van Mijn beloften mag je je kindje vrijmoedig aan Mij overgeven, Ik wil het van jouw op Mijn naam en rekening overschrijven!’
Bepaalde lezers zeggen misschien: ‘Overschat je de doop nu niet een beetje?” Ik geloof van niet. Is de doop niet een geweldige belofte en onderstreping van het bewijs dat Gods werk doorgaat? Nee, niet op de manier van lekker achterover leunen, ‘want ik ben toch wel gedoopt.’ Ik denk dat de doop is als een waardebon of cheque. Op grond van wat erin staat mag ik voor mijn en jij voor jouw kind(eren), en mogen mijn en jouw kind(eren) voor zichzelf, vrijmoedig naar God gaan om de waardebon bij Hem in te leveren!

*Je rol als ouder:
En dan? Het is natuurlijk best makkelijk gezegd: ‘Ik kan mijn kind het geloof in God als ouder niet geven.’ Ik heb het mezelf en anderen vaak horen zeggen. Maar heeft dat nu al eens echt pijn gedaan? Dat al die goedbedoelde inspanningen om je kind(eren) “op te voeden in de vreze des Heeren” (om die oude term maar eens te gebruiken) werkelijk geen fluit waard zijn? Om nog maar te zwijgen van onze eigendunk op dit vlak waarmee we God hopeloos in de weg staan.
Maar volgens mij moet en mag juist daar de ontspanning beginnen. Nee, niet gemakkelijk, met zoiets als: ‘Dan maakt het toch niet uit wat ik doe.’ Pas zodra je echt toe leert geven dat het niet van jou als ouder afhangt, je als failliete en verloste ouder je kind op probeert te voeden, dan ontstaat er maximale ontspanning. Dan hoef je het namelijk niet zelf te doen, en mag je het helemaal uit handen geven. Daarbij niet overtuigend, maar getuigend, als niet meer en niet minder dan een instrument in Gods handen.

Zeg je nu: ‘Ik mis als ouder zelf dat geloof, wat moet ik dan? Volgende week laat God door de doop van mijn kindje zien wie Hij ten diepste is en wat Zijn grootste verlangen is! Daarom kijk ik er zo naar uit! Maar dat verlangen van God, dat geldt ook jou! Het bloed van Christus is te kostbaar om te weerstaan, Hij stortte het niet voor niets! De Fontijn is overvloedig, God is veel meer genadig dan je denkt!

Reactie toevoegen