Mijn digitale kerkorgel

Op deze pagina vindt u meer informatie over mijn digitale huisorgel (de Content D5800), en hoe ik er toe gekomen ben om orgel te gaan spelen. Onderaan deze pagina vindt u diverse geluidsfragmenten van mijn spel.

Inleiding

De ontwikkeling van het huisorgel heeft de laatste jaren grote sprongen gemaakt. Een jaar of 25 geleden werden de eerste digitale orgels gemaakt, het begin van een heel nieuw tijdperk. Hoewel het een revolutie betekende waren er ook voor de jaren 90 al mensen die met vindingrijkheid en technische kennis heel ver kwamen in het bouwen van goed klinkende elektronische orgels!

Tegenwoordig zijn er digitale orgels waarvan men beweert dat ze niet te onderscheiden zijn van echte pijporgels. De orgels zijn helemaal naar wens te intoneren, met 1 druk op de knop wisselt een orgel een romantische intonatie om voor een barokke intonatie. Ik geef toe: Het klinkt al een stuk beter dan 10 jaar geleden, echter, wie heel goed luistert en zichzelf niet bedriegt zal moeten bevestigen dat een digitaal orgel altijd een compromis blijft en een echt orgel nog steeds beter en realistischer klinkt.

Op deze pagina wil ik u kennis laten maken met mijn digitale orgel, een orgel waarvan de techniek weliswaar al een jaar of 10 oud is maar waarvan ik dagelijks ongekend veel plezier heb. Tevens wil ik vertellen hoe ik zelf in de orgelwereld terecht ben gekomen, waar ik op dit moment sta en wat mijn visie is op nieuwe ontwikkelingen. Verder vindt u op deze pagina ook muziekfragmenten en andere nuttige informatie.

Hoe kwam ik terecht in de orgelwereld?

Ik ontwikkelde al vroeg een voorkeur voor orgelmuziek. Waarschijnlijk omdat ik vanaf mijn derde jaar al mee ging naar orgelconcerten van bijvoorbeeld Martin Mans en KlaasJan Mulder. Ik herinner me nog goed hoe ik als ventje van een jaar of 8 een keer bij de speeltafel van het Gorinchemse orgel mocht zitten terwijl Martin Mans een wervelende Mans-toccata speelde, dat maakte indruk! Al toen ik 3 of 4 was kreeg ik mijn eerste orgeltje, een oude analoge bak met ritmebox. Helaas heb ik geen opnames meer van wat ik toen speelde.

Toen ik een jaar of 5 was konden mijn ouders van een kennis een ander orgel overnemen, en wat voor één, een Domus V! Nu zou ik er nog geen 50 euro voor geven, toen was ik er erg blij mee. Het orgel had een redelijk uitgebreide dispositie, en dat was een hele vooruitgang. toen ik een jaar of 5 was ging ik ook op orgelles. De docent (mevr. Verhoef uit Hardinxveld) speelde alles wat ik moest leren in op een bandje, en dat kon ik dan thuis beluisteren en instuderen. Het geduld van Ita Verhoef bewonder ik nog elke dag, want ik vond zelf spelen en improviseren eigenlijk veel leuker dan het spelen van droge oefeningen / trainen van techniek of vingerzettingen. Nu heb ik spijt dat ik daar niet veel meer aan gedaan heb...

Na een jaar of 8 les had ik het wel gehad met het orgel, de interesse nam met de dag verder af en er ontstond een hele andere muziekvoorkeur... Gelukkig begon rond mijn 15e het orgelvlammetje weer wat te flakkeren, Waarschijnlijk omdat ik bij een goede vriend weer eens op een digitaal orgel speelde. Automatisch ging ik zelf ook weer meer spelen en oefenen, en na een poosje wilde ik toch iets anders dan mijn oude Domus.

In augustus 2003 ging ik dan ook op zoek naar een nieuw orgel. De keuze was snel gemaakt, ik had niet al te veel voorkeur wat betreft dispositie, het ging me meer om de klank. mijn oog viel op een Content D2227, een compact formaat orgel met 20 stemmen waarvan ik veel plezier heb gehad. Hetzelfde gold voor de Content D2600 die daarna kwam.

Vervolg:

Ik heb vanaf november 2005 gedurende ongeveer anderhalf jaar orgelles gehad van Jan de Winter, goede vriend en collega-organist binnen onze gemeente. We hebben ons destijds gericht op het instuderen van literatuur. Echter, vanwege tijdgebrek en het afronden van mijn studie heb ik e.e.a. toen af moeten breken.

In februari 2013 deed zich een gunstige mogelijkheid voor om mijn D2600 te verkopen aan broer Leonard en de stap naar een drieklaviers instrument te maken, een goede gebruikte Content D5800. Redenen waarom ik juist voor dit instrument gekozen heb liggen vooral in de uitgebreide dispositie van 53 stemmen, octaafkoppels op het bovenklavier, meer mogelijkheden om het orgel te intoneren en aan te passen aan de akoestische omstandigheden van een woonkamer, maar vooral ook de volledige compatibiliteit met Hauptwerk / de mogelijkheid om in de toekomst de stap naar Hauptwerk gemakkelijk te kunnen maken. Allereerst is de D5800 echter een studieorgel, ik heb geen orgel om mee, maar om op te spelen. Het blijft uiteraard een digitaal en geen pijporgel, maar de klank is warm en draagkrachtig. Bovendien inspireert het orgel me bij het studeren, en daar gaat het uiteindelijk om.

Informatie over het orgel:

De dispositie van het orgel is terug te vinden op de website van content, Content D5800

Het orgel beschikt over een PCC personal control centre. Met deze orgelcomputer kan ik verschillende instellingen in het algemeen of per register wijzigen. Zo kan ik kiezen uit een groot aantal oude stemmingen. Verder zijn in het algemeen o.a. de toonhoogte, het galmprogramma, de snelheid en diepte van de tremulanten (per klavier) en de winddruk in te stellen. Bovendien zijn er ook een groot aantal instelmogelijkheden per register en per toets (volume, onderlinge zweving, voor- en aanspraak, windruis en fluctuatie. Hiermee is het orgel zodanig te intoneren / aan te passen dat je een orgeltype kunt creëren wat helemaal bij de bespeler past. In mijn geval is dat een compromisorgel waarop alles goed klinkt, van Sweelinck tot Dupré. Daarnaast is het mogelijk om, door het aanpassen van de tremulanten en winddruk, het orgel zo in te stellen dat je het gevoel krijgt in Hasselt of Dordrecht te zitten. Ja, ik schrijf bewust 'het gevoel', omdat het uiteindelijk niet meer is dan een benadering van deze klank.

Het orgel beschikt verder over een extra ingebouwde versterker voor het aansluiten van meerdere speakers / een extra-voice-optie, een module met zo'n 80 orkeststemmen. Laatstgenoemde optie is voor mij overigens niet meer dan een gadget die ik in het geval van een nieuw orgel niet aan zou schaffen, maar bij recreatief spel kan het wel eens leuk zijn. Vooral mijn kinderen weten het erg te waarderen :)

Nieuwe technieken:

Met name de laatste jaren zijn veel nieuwe technieken met betrekking tot digitale orgels in opkomst. Als ik mijn huidige orgel vergelijk met de meest recente instrumenten dan zijn er hoorbare stappen gemaakt op het gebied van realiteit en transparantie. Vooral Content en Eminent hebben wat mij betreft de leiding hierin. Hoewel de klank vaak warm is, leven de registers niet zoals bij een echt pijporgel. Bij een echt pijporgel treden verstemmingen (per toon) of andere oneffenheden op (door schommelingen in o.a. temperatuur en luchtvochtigheid) die er in de meeste digitale orgels volledig uitgefilterd zijn. Gelukkig zijn er tegenwoordig nieuwe technieken die dit probleem verhelpen. In 2002 heeft Martin Dyde, directeur van het Engelse bedrijf Crumhorn Labs het computerprogramma Hauptwerk uitgebracht. Door middel van Hauptwerk is het mogelijk om via de computer bekende of minder bekende kerk- en theaterorgels, klavecimbels en zelfs een harmonium te bespelen. Door een keyboard of digitaal orgel via midi op de computer aan te sluiten wordt het programma aangestuurd. Het programma Hauptwerk werkt met samples. Uitgaande van een kerkorgel houdt dit in dat het orgel pijpje voor pijpje is opgenomen. Van elke pijp zijn vervolgens ook nog korte en lange samples gemaakt / opnames met en zonder tremulant zodat de variatie en levendigheid enorm is. Na het op de juiste manier verwerken van deze samples is het mogelijk om een kerkorgel, inclusief de originele akoestiek, in de huiskamer te bespelen. Eventuele oneffenheden worden hierbij niet weggepoetst maar blijven gehandhaafd waardoor het pijporgel in de originele klank te horen is. Een belangrijk aandachtspunt is wel de rekenkracht van de computer. Die moet enorm zijn omdat het complete orgel pijpje voor pijpje moet worden geladen in het interne geheugen van de computer, inclusief akoestiek.

Inmiddels zijn al veel beroemde en minder beroemde orgels (ook Nederlandse orgels) opgenomen. Ook hier dringt zich de vraag op: Hoe echt is het? Ik kan u vertellen dat de klank van een goed gesampled (opgenomen) orgel heel dicht in de buurt komt van een CD-opname van dat orgel. Nogmaals, de kwaliteit van de opname en het verwerken van de samples zijn hierbij van doorslaggevend belang. De sampleset van bijvoorbeeld de Bovenkerk in Kampen of de Laurens in Rotterdam is, de tremulanten daargelaten, bij beluistering via een geluidsinstallatie, vrijwel niet van CD te onderscheiden. Het blijft echter wel een momentopname, dus in zekere zin steriel / niet onderhevig aan schommelingen in temperatuur e.d.

In Hauptwerk schuilen mijns inziens ook gevaren. Organisten die het tijdens de eredienst wekelijks met een brandhout-orgel (met extra trappers) moeten doen waardoor ze al vrijwel niet geïnspireerd kunnen raken, kunnen zichzelf in mijn beleving ook verpesten. Als zij thuis dagelijks (virtueel) op het orgel van de Domkerk in Utrecht of de Rotterdamse Laurens spelen is de stap naar hun al dan niet aftandse psalmenpomp in de plaatselijke kerk een regelrechte ramp. Dit kan de erediensten volgens mij alleen maar nadelig beïnvloeden. Een ander gevaar ligt in het feit dat mensen regelmatig hoog opgeven over hoeveel grote gesamplede orgels ze wel niet hebben gekocht (Zwolle, Kampen, Rotterdam, Arlesheim). En dat terwijl ik op ons prachtige kerkorgel in Sliedrecht (39 stemmen) nog regelmatig nieuwe en verrassende ontdekkingen doe (nieuwe registercombinaties)! Ik ben van mening dat je vergroeid moet raken met een orgel om eruit te kunnen halen wat erin zit. als je (in het geval van Hauptwerk) kunt kiezen uit 3, 10 of meer monumentale en grote orgels ligt het gevaar op de loer dat je, zoals reeds eerder genoemd, niet op, maar met een orgel aan het spelen bent. E.e.a. neemt niet weg dat het een fantastische ervaring is om een goed gesampled orgel te bespelen, mits voorzien van een uitstekende geluidsinstallatie.

Op de website van Hauptwerk staat veel interessante informatie die het lezen zeker waard is! Hetzelfde geldt voor de website van Gert van Ginkel, PCorgan.com

Overigens is er tegenwoordig ook een gratis alternatief voor Hauptwerk, in de vorm van het programma Grand Orgue. Er zijn al heel wat samplesets die via Grand Orgue bespeelbaar zijn. Sinds begin 2013 ben ik hiermee voorzichtig gestart en de eerste resultaten zijn positief. Vooral het combineren van droge samples met mijn huidige orgel is boeiend. Grote voordeel hiervan is dat de eisen aan een computer niet erg hoog zijn.

Hoe en wat speel ik nu?

Vanaf september 2009 heb ik gestudeerd bij Gerben Mourik, begaafd improvisator en organist van de St. Michaelskerk te Oudewater. Omdat het niet haalbaar bleek om wekelijks van Sliedrecht naar Oudewater en weer terug te reizen (zo ruim zit ik niet in mijn tijd) heb ik van 2010 - 2012 gestudeerd bij Arjan Versluis, organist van de Hervormde gemeente te Sliedrecht. We hebben ons voornamelijk gericht op improvisatie, omdat dit voor mij het middel bij uitstek is om te ontspannen en mijn creativiteit aan te wenden. Sinds 2010 begeleid ik (als hulporganist regelmatig de woensdagavonddiensten binnen onze gemeente, waar we de beschikking hebben over een prachtig karaktervol instrument met oneindig veel mogelijkheden, het Hendriksen & Reitsma-orgel, 39IIIP van de Beth-Elkerk te Sliedrecht. De dispositie geeft alle ruimte om zeer gevarieerde registraties te hanteren en daarmee uitdrukking te geven aan de tekst van de te zingen psalmen of liederen. Het begeleiden van de samenzang is voor mij een grote vreugde. Het is heerlijk om de gemeente te dienen met orgelspel, en daarbij niet voor mezelf, maar voor mijn Koning te spelen. Naast mijn post als hulporganist binnen onze kerk ben ik ook actief als organist tijdens de zondagse kerkdiensten in verpleeghuis Waerthove in Sliedrecht.

U vraagt zich misschien af wat u te horen krijgt als ik achter de klavieren kruip. Mijn improvisaties variëren van een trio in oude stijl tot een warm klinkend koraal in een gematigd modern idioom. De kritische luisteraar zal ongetwijfeld zeggen dat de stijlzuiverheid soms ver te zoeken is, maar ik ken wat dat betreft mijn beperkingen. :)
Om u een indruk te geven van wat ik de luisteraar tijdens een dienst zoal voorschotel en wat er voorbij komt als ik improviseer, vindt u onderstaand een aantal geluidsfragmenten. Voor alle duidelijkheid: In onze gemeente wordt niet ritmisch en in een gematigd tempo gezongen. De kwaliteit van veel van de fragmenten laat te wensen over, omdat ze zijn vastgelegd met de kerkinstallatie. Onderstaande fragmenten zijn gespeeld op het orgel van de Beth-Elkerk te Sliedrecht, tenzij anders vermeld:

Het spelen van bladmuziek is voor mij op de normale manier uiteraard niet mogelijk. Ik lees regelmatig stukken over beroemde blinde organisten die gebruik maken van het braillenotenschrift of gesproken bladmuziek, maar zover ben ik zeker niet! Ik heb in het verleden verschillende pogingen ondernomen om literatuur in te studeren, via gesproken bladmuziek of door een CD te beluisteren en na te spelen. Een complete sonate van Guilmant of een fuga van Bach instuderen zal mij nooit lukken, daar heb ik gewoonweg geen geduld voor! Bovendien ben ik niet al te trefzeker en grijp nog wel eens mis :) Ik weet echter van blinde organisten die het heel ver hebben geschopt/schoppen! Zelf heb ik absoluut niet de ambitie om concerterend bezig te zijn of aan improvisatiewedstrijden mee te doen. Laat mij maar lekker samenzang begeleiden, verstopt achter het rugwerk.

Als ik orgelmuziek luister geef ik de laatste jaren vooral de voorkeur aan muziek van oude meesters als Bach, Bohm of Kreps, hand in hand met de muziek uit de franse school (Vierne, Franck). Ook Nederlandse organisten als Sietze de Vries, Gerben Mourik en Arjan Versluis vormen voor mij een grote inspiratiebron. Mensen zullen dit ongetwijfeld ook terughoren in mijn spel. Toch gaat er niets boven Bach. Zijn muziek doet me iets, iets wat ik niet kan beschrijven. Het is muziek die gewoon klopt, die je een stukje hemel op aarde zou kunnen noemen. Daarom zijn het bijvoorbeeld juist zijn cantates die me kunnen inspireren bij het improviseren tijdens de kerkdienst.


Tot slot:

Gezien de ontwikkeling van nieuwe technieken en de voortdurende verbetering van kwaliteit van de samples zou ik in de toekomst (ja, toch!) graag het programma Hauptwerk aanschaffen, inclusief een monumentaal orgel waarmee ik graag vertrouwd wil raken. Mijn huidige orgel is er volledig geschikt voor, inclusief gemidificeerde zwelpedalen. Echter, voorlopig kan ik nog volop vooruit met mijn D5800! Steeds meer mensen in mijn omgeving stappen over op Hauptwerk, en wat van een ander is, is altijd leuker. :) En als ik behoefte heb aan een écht orgel: De Beth-Elkerk is voor mij nog geen 10 minuten lopen!


Documentatie

Voor de mensen die meer informatie zoeken over de Content D2600 of 5800, of mensen die voor de keuze van een orgel staan heb ik e.e.a. aan documentatie verzameld:


Vragen?

Heeft u speciale vragen over de Content D2600 / D5800, of wilt u in het algemeen vragen stellen over een digitaal orgel / Hauptwerk of de aankoop daarvan? Ik probeer me te verdiepen in alle ontwikkelingen rondom nieuwe orgels, en ben daardoor dus redelijk op de hoogte van alle nieuwigheden. Ik beantwoord uw vragen graag en kan u zonodig van een orgeladvies op maat voorzien. Vragen stellen kan via de contactpagina.